dinsdag 14 oktober 2008

Zindelijkheidstraining bij kleuters

Vanaf wanneer een kind de leeftijd van ongeveer twee jaar heeft bereikt, zitten heel wat ouders met vragen rondom zindelijkheid bij hun dreumes. Ook ik zat met nog enkele vraagjes over dit onderwerp. Daarom besloot ik een bijscholing rond zindelijkheidstraining te volgen.


Een eerste vraag die velen zich stellen:

Wat is zindelijkheid nu eigenlijk?

Er wordt van uitgegaan dat een kind zindelijk is als het gedurende de dag een
onderbroekje draagt, zelf naar het potje gaat en vervolgens plast of zijn/haar drang aangeeft. Dit moet gebeuren zonder dat de ouders of opvoeders het kind eraan
herinneren te gaan plassen. Het kind heeft maximaal één ongelukje per dag.


Wanneer kan je starten met de zindelijkheidstraining?

We starten met drie belangrijke kenmerken om een antwoord op deze vraag te krijgen:

˜ Het kind moet het kunnen BEGRIJPEN
Dit houdt in dat het kind zelf een signaal kan geven, met woorden of gebaren, dat het naar
het toilet moet. Het moet kunnen vertellen wanneer het zich ontlast heeft. Het kind moet
ook zijn belangstelling in zindelijk worden kunnen uitdrukken en eenvoudige bevelen kunnen
opvolgen.
˜ Het kind moet KUNNEN
Het kind moet voldoende controle hebben over de blaas, de sluitspier en de darmfuncties.
˜ Het kind moet WILLEN
Het kind moet er zich van bewust zijn dat het een natte of vuile broek heeft, vraagt zelf
naar het potje en wil meewerken aan de zindelijkheidstraining. Aangezien de
koppigheidsfase meestal samenvalt met de periode van de zindelijkheidstraining (ongeveer
2 jaar oud) is dit niet altijd even makkelijk!

Hoe starten met de zindelijkheidstraining?

Er is geen vaste methode voor een zindelijkheidstraining. Dit is zeer afhankelijk van
allerlei verschillende factoren. Om ouders toch een groot stuk op weg te helpen, hebben we wel veel praktische tips:


˜ Voorbereiding van de zindelijkheidstraining:
Wat bij zindelijkheidstraining erg belangrijk is: de pamper gaat uit … dus op zoek naar ongeveer 20 onderbroekjes! De kleerkast wordt onder de loep genomen en alle broekpakken, body’s,
moeilijk sluitbare kledij worden aan de kant gelegd en maken plaats voor
makkelijke kleding.
Er wordt een eenvoudig en makkelijk potje aangekocht.

˜ Starten met de zindelijkheidstraining:
Wat erg belangrijk is: de luier gaat uit en wordt vervangen door de onderbroek.
De pamper gaat enkel terug aan bij het slapen. Het potje en de reservekledij gaan overal mee naartoe!Probeer zoveel mogelijk in de vertrouwde omgeving van uw kapoen te blijven. Plan geen al te verre uitstappen.

Nu komt het erop aan je kindje op geregelde tijdstippen (om de twee uur) op het potje te zetten (met volle blaas), heel veel aan te moedigen, te belonen bij een gevuld potje en zeker niet te straffen bij een eventueel ongelukje. Ook een juiste zithouding is erg belangrijk: met de voetjes op de grond en ontspannen. Niet laten persen. Zorg ervoor dat je dreumes ook voldoende drinkt!


Zindelijkheidstraining loopt niet altijd van een leien dakje en kan erg vermoeiend zijn voor
zowel ouder als kind. Soms heb je het gevoel dat je gegijzeld bent aan het potje. Maar toch:

VOLHOUDEN IS DE BOODSCHAP !!!


Indien het echt niet lukt en je bent ten einde raad, kun je steeds terecht bij een consulent van Kind en Gezin.



Enkele leuke prentenboekjes om samen met je kleuter door te nemen vóór of
tijdens de zindelijkheidstraining:

Karel op de wc,
Het grote billenboek,
Op het potje kleine huppel,
Drie haasjes op de wc,
Op je potje konijn,
Liselotje op het potje.


Veel succes met de zindelijkheidstraining en mochten er nog vragen zijn, kom gerust eens langs.
Juf Nicole